60 jaar Sempre Sereno: interview met een oud-voorzitter

In het kader van het zestigjarig jubileum interviewden we oud-voorzitter Timo Hamers. Timo begon in 1987 bij Sempre met de productie South Pacific en nam afscheid van de vereniging met The Wild Party in 2014. In de tussentijd schitterde hij in vele rollen. Daarnaast was hij in totaal dertien jaar bestuurslid van de vereniging. In het programmaboekje las u een verkorte versie van dit interview. Hieronder leest u het gehele, openhartige interview met ons kersverse erelid.

Wat was je favoriete rol?
Dat is een moeilijke vraag: in totaal heb ik in 26 producties gespeeld, het is alsof je moet kiezen wie je favoriete kind is. Alle rollen die ik heb gespeeld zijn een onderdeel van mijn leven geworden, waardoor ik van alle personages ben gaan houden. Daarom kan ik moeilijk zeggen welke rol favoriet was, wel welke rol de eerste was (Nicely Nicely Johnson in Guys & Dolls), de mooiste (Otto Kringelein in Grand Hotel), de gekste rol (wethouder Schub in Anyone can Whistle), de uitdagendste (Contini in Nine en Jekyll & Hyde in de gelijknamige musical), de uitbundigste (Zidler in Moulin Rouge), de klungeligste (Amos Hart in Chicago), de stoerste (de minnaar in Tommy), de kleurrijkste (Vinnie in Lucky Stiff), en de dominantste (Reinhard Kleinhart in Urinetown).  

Wat was je favoriete productie?
Dat zijn de producties waar we als groep met zijn allen ontzettend veel plezier hebben gehad in de voorbereiding en een geweldige prestatie leverden tijdens de uitvoeringen. Voor mij waren dat Pippin, Hair en Urinetown.

Wat maakt Sempre zo leuk?
Het is leuk om deel uit te maken van een ambitieuze groep van gelijkgestemden die allemaal hun eigen steentje bijdragen aan het neerzetten van een onvergetelijke productie voor zowel het publiek als de deelnemers. De weg naar die productie is meestal een zeer intensief proces waarbij je als groep in gezamenlijkheid allerlei hobbels moet nemen, nieuwe vaardigheden aanleert, commissiewerk verricht, hard repeteert, vriendschappen sluit, en je vooral verheugt op die ene week in mei. En in die ene week duik je vervolgens helemaal onder in Sempre: je staat er mee op en gaat er mee naar bed. Deze intensiviteit maakt dat Sempre niet zomaar een hobby is, maar een manier van leven.

Hoe heb je Sempre zien veranderen tijdens je Sempre loopbaan?
Sempre is in de loop van de jaren een zeer georganiseerde vereniging geworden, waarin de verantwoordelijkheid gezamenlijk wordt gedragen. Dit is grotendeels toe te schrijven aan de manier van organisatie, met commissiewerk en onderliggende draaiboeken, die stabiliteit en rust geeft in het productieproces. Hierdoor kon de vereniging in de loop der tijd steeds groter gaan denken. In mijn eerste jaren werd bijvoorbeeld voor het eerst twee keer gespeeld in de grote zaal van Junushoff (in plaats van één keer). Intussen proberen we vier keer de grote zaal vol te krijgen, of net zo makkelijk tien voorstellingen te geven in de kleine zaal (die vroeger niet eens bestond!). De stabiele organisatie heeft ook voor veel meer stabiliteit in artistieke leiding en in de ledengroep gezorgd, wat ertoe leidde dat de voorstellingen een steeds hoger niveau kregen. En dat heeft vervolgens weer nieuwe ambitieuze leden aangetrokken die zich helemaal kunnen storten in de Sempre manier van leven.

Hoewel ik deze intensieve manier van leven hierboven heb beschreven als één van de leuke aspecten van Sempre, werd het voor mij  uiteindelijk steeds moeilijker om dat te kunnen opbrengen in combinatie met een drukke baan en een gezin. Omdat ik weet dat dit niet alleen voor mij geldt, denk ik dat de samenstelling van de ledengroep tegenwoordig wat eenzijdiger is dan vroeger en vooral bestaat uit jonge mensen die heel bewust musicals willen produceren, en steeds minder uit werkende mensen met een gezin die net zo goed hoge amateur-ambities kunnen koesteren.

Van alles wat je bij Sempre hebt meegemaakt en gedaan: waar ben je het meest trots op?
Op de eerste plaats ben ik trots op de lange lijst aan mooie producties die Sempre heeft gemaakt, en waar ik zelf aan heb mogen bijdragen. Ik heb altijd een groot gevoel van trots ervaren tijdens het halen van applaus, wanneer alle stukjes van de puzzel op zijn plek waren gevallen. Natuurlijk ben ik ook trots op de stabiliteit van de vereniging: Sempre heeft zijn plaats veroverd in het Wageningse culturele leven en is daar ook niet meer uit weg te denken.

 

Wat heeft Sempre jou gebracht?
Sempre heeft mij de mogelijkheid geboden om als amateur op een professionele manier bezig te zijn met muziektheater. In veel gevallen was Sempre ook nog eens een voorloper in de keuze van repertoire, waardoor we veel Nederlandse en zelfs Europese premières hebben gespeeld. Ik ben heel blij met het prachtige arsenaal aan rollen dat ik in die producties heb mogen spelen, waarbij menig professional zijn vingers aflikt. Ik heb daarbij altijd veel vertrouwen gekregen van mijn mede-Sempregenoten, en daar ben ik ze allemaal erg dankbaar voor. Daarnaast heb ik op organisatorisch vlak natuurlijk ook veel geleerd in het bestuur, waar ik in mijn werk ook profijt van heb. Het allerbelangrijkste wat Sempre me echter heeft gebracht is mijn echtgenote Esmée, die ik bij Sempre heb leren kennen.

Wat wil je Sempre Sereno meegeven?  
Het motto van de 3 Musketiers was “Eén voor allen, allen voor één”. Het is dat gevoel van solidariteit dat ook Sempre karakteriseert: alle producties van Sempre waar ik aan heb meegedaan waren stuk voor stuk teamprestaties. Ik hoop dat Sempre in staat is om de sfeer vast te houden die nodig is om dergelijke prestaties te leveren. Ik weet uit eigen ervaring dat dat een blijvende bron van inspiratie kan zijn, voor zowel deelnemers als toeschouwers aan een productie.

Auteur: admin

Deel dit bericht op